
Hieronder de antwoorden op veelgestelde vragen over groenbeheer en uitvoering van groenwerkzaamheden.
Wat hebben beplanting en verkeersveiligheid met elkaar te maken?
Het komt wel eens voor dat bomen een gevaar opleveren voor de verkeersveiligheid, met name tijdens storm. De kans dat een dode of zieke boom tijdens zwaar weer op een voertuig valt of de weg blokkeert is groot. Gedurende de zomerperiode voeren de medewerkers van het waterschap daarom een boomveiligheidscontrole uit. Tijdens deze controle brengen ze bomen in kaart die een gevaar kunnen opleveren voor het verkeer. Vervolgens worden maatregelen getroffen die kunnen bestaan uit snoeien of rooien.
Kunnen gezonde bomen en struiken behouden blijven?
Het waterschap laat gezonde bomen en struiken zo veel mogelijk staan. Voordat het waterschap zieke bomen of struiken gaat rooien, bekijkt een deskundige welke bomen en struiken behouden kunnen blijven. Op die manier wordt voorkomen dat beplanting onnodig gerooid wordt. Soms is het noodzakelijk om de beplanting langs een weg geheel te rooien omdat er veel uitlopers van zieke iepen tussen staan.
Hoe weet het waterschap welke bomen en struiken gerooid moeten worden?
Regelmatig wordt de kwaliteit van de beplanting vastgesteld door het uitvoeren van inspecties. Op basis van deze inspecties wordt bekeken welke beplanting als eerste aangepakt moet worden. Beplanting met een slechte kwaliteit moet het snelst worden aangepakt: binnen twee jaar. Beplanting met een matige kwaliteit proberen we tussen de twee en vier jaar te vervangen. Als de kwaliteit nu nog goed is, maar als deze bomen toch behoorlijk oud zijn dan zullen we die pas daarna vervangen. In het Groenbeheerplan staat vermeld waar er op welk termijn gewerkt gaat worden.
Wat doet het waterschap om kaalslag te voorkomen?
Het waterschap probeert de rooiwerkzaamheden zo veel mogelijk te spreiden. Het schap kijkt niet alleen naar de kwaliteit van de beplanting maar ook bijvoorbeeld naar de relatie met de verkeersveiligheid. Daaruit volgt dat vaak maar één wegzijde wordt gerooid en dat het een paar jaar duurt voordat het andere deel wordt vervangen. Tenzij de beplanting zo slecht is dat er gevaarlijke situaties kunnen ontstaan. Dan is het toch van belang om alles in één keer te vervangen.
Wat is een groenbeleidsvisie?
Een groenbeleidsvisie beschrijft hoe de beplanting langs wegen en dijken, die in beheer zijn van het waterschap, verbeterd kan worden. Het uitgangspunt van het plan is een groene, gezonde beplanting waar inwoners en bezoekers van Zeeland de komende tientallen jaren met plezier van kunnen genieten. De looptijd van de visie is minimaal 20 jaar.
Wat is het groenbeheerplan?
De groenbeleidsvisie valt uiteen in verschillende groenbeheerplannen. Een groenbeheerplan vertaalt het beleid naar concrete maatregelen en uitgangspunten voor het uitvoeren ervan. De looptijd van een groenbeheerplan is ongeveer 5 jaar.
Wat is een uitvoeringsplan groen?
Ieder jaar stelt het waterschap een uitvoeringsplan op. Hierin staat precies omschreven wat er op welke weg aan het groen moet gebeuren. Het plan richt zich op het komende jaar.
Waarom zijn deze plannen opgesteld?
Waterschap Scheldestromen heeft een groene, gezonde beplanting voor ogen waar iedereen in de toekomst met volle teugen van kan genieten. Voor het echt zover is, zullen de zieke bomen en struiken uit het landschap moeten verdwijnen. Bovendien moet er meer variatie in soorten komen zodat niet overal dezelfde bomen staan met dezelfde leeftijd. Daarom smeert het waterschap het plan uit over twintig jaar. Op die manier kan het in de toekomst niet meer gebeuren dat grote aantallen bomen tegelijk aan het eind van hun levensduur zijn. Zo ontstaat een gezonde en duurzame beplanting die ook nog eens goed te onderhouden is en veilig is voor verkeersdeelnemers. Gezonde beplanting brengt bovendien veel minder kosten met zich mee dan een zieke beplanting omdat de kosten dan beter beheersbaar zijn.
Kan ik nog meepraten over het nieuwe groenbeheerplan?
Alle belanghebbenden hebben hun reactie kunnen geven op de groenbeleidsvisie. De algemene vergadering heeft de visie definitief vastgesteld. Het officiële reactietraject is dan ook achter de rug. Uiteraard zijn we altijd bereid om met mensen van gedachten te wisselen en om naar suggesties te luisteren. Aan de hand van die gesprekken kan het best mogelijk zijn dat bepaalde onderdelen van de uitvoering nog worden aangepast. Bij het opstellen van een nieuw groenbeheerplan wordt een klankbordgroep betrokken. In deze klankbordgroep zitten vertegenwoordigers van overheden en instanties.
Wat gebeurt er allemaal aan werkzaamheden?
De werkzaamheden zijn beschreven in een groenbeheerplan. Deze werkzaamheden zijn nog globaal. Elk jaar stelt het waterschap een uitvoeringsplan op. Dan wordt elke locatie gedetailleerd beschreven en kijkt het waterschap waar er maatwerk geleverd moet worden.
Wie controleert of het werk goed verloopt?
Het waterschap controleert alle werken. Bovendien is er een Klankbordgroep Groen. Deze klankbordgroep wordt nauw betrokken bij het opstellen en uitvoeren van de plannen. In de klankbordgroep zitten naast het waterschap (een vertegenwoordiging van) alle Zeeuwse gemeenten, de provincie Zeeland, ZLTO, NFO, Recron en de Stichting Tuin van Zeeland.
Plant het waterschap beplanting terug als er gerooid is?
Bijna altijd komt er nieuwe beplanting te staan langs wegen waar bomen en struiken gerooid zijn. Het waterschap maakt daarbij gebruik van een groot assortiment struiken en bomen. Als er op een bepaalde plaats geen bomen of struiken teruggeplant kunnen worden, dan zorgen we altijd dat er op een andere plek in de omgeving wel nieuwe beplanting komt.
Waarom plant het waterschap niet direct bomen of struiken terug nadat er gerooid is?
Het is beter om de grond eerst tot rust te laten komen voordat er nieuwe bomen of struiken geplant worden. Eerst moeten de wortelresten van de oude beplanting verteren. Om dit proces te versnellen wordt in de rustperiode de grond enkele malen bewerkt. Omdat voor de vertering van wortelresten veel zuurstof nodig is, krijgt de nieuwe beplanting niet de kans om te groeien. Daarom plant het waterschap niet direct na het rooien nieuwe bomen of struiken. Meestal blijft de grond een of twee jaar braak liggen. Dit komt de groei van de nieuwe beplanting alleen maar ten goede.
Welke bomen en struiken worden teruggeplant?
Het struikenassortiment bestaat uit veldesdoorn, kornoelje, liguster, wilg, hondsroos, egelantier, gelderse roos, hazelaar en haagbeuk. Het bomenassortiment bestaat uit populieren, essen, wilgen, platanen, eiken, linden, walnotenbomen, sierkersen en op kleine schaal iepen welke resistent zijn voor de iepziekte. Het gevolg van verschillende soorten bomen en struiken is dat er geen eenzijdig beeld ontstaat. Het planmateriaal komt zo veel mogelijk uit Nederland. Bomen en struiken die in het ons land zijn gekweekt, hebben een grotere kans om goed aan te slaan. Ieder seizoen plant het waterschap duizenden bomen en struiken in Zeeland.
Hoe verloopt het onderhoud?
Nieuwe bomen krijgen in de eerste jaren na aanplant ‘jeugdsnoei’. Dit is een snoeimethode die speciaal gericht is op jonge bomen. Als de bomen ouder worden, passen we de snoeimethode aan. Rond de bomen en tussen jonge struiken maaien we in de eerste jaren intensief het onkruid om overwoekering van de beplanting te voorkomen. Verder krijgen de jonge bomen bij droogte regelmatig water en wordt indien nodig extra voeding met een organische meststof gegeven.
Waarom gebruiken jullie van de korte paaltjes op jonge bomen te ondersteunen?
Als jonge bomen worden geplant dan hebben ze vaak nog wat ondersteuning nodig. Per locatie wordt bekeken of dit met lange of korte palen kan gebeuren (mede afhankelijk van de windgevoeligheid). De kleinere palen stimuleren de bomen meer energie te steken in hun wortelgroei. Bovendien maakt de boom dan sneller een dikkere stam waardoor hij beter bestand is tegen de wind. Gedurende de eerste drie levensjaren van de boom moet de bevestiging met de kunststof boomband regelmatig op strakheid worden gecontroleerd. Na driejaar kan de band eraf en moet de boom het verder zelf doen. De boompalen blijven daarna nog staan als bescherming tegen eventuele maaischade.
Hoe zit het met de meidoorn?
Om de verspreiding van bacterievuur tegen te gaan worden zieke meidoorns gerooid en niet herplant. Omdat op de meeste plaatsen in Zeeland relatief weinig meidoorns voorkomen, is het ook niet zo erg dat er een aantal wordt verwijderd. Mocht het wel zo zijn dat er relatief veel struiken worden weggehaald, dan plaatsen we hier altijd andere soorten voor terug.
En hoe zit het dan met de Walcherse meidoorn?
Op Walcheren staan veel meidoornstruiken. Ze vormen daarmee ook het beeld van het Walchers landschap. Deze struiken willen we daarom zoveel mogelijk proberen te behouden. Toch moeten we ook hier voorzichtig zijn met de verspreiding van bacterievuur. Een ziekte die vooral een gevaar vormt voor fruitbomen. Op Walcheren geldt daarom een afwijkend beleid. Binnen een zone van 500 meter rond percelen met appel- en perenteelt controleren we één keer per week alle meidoorns. Als ze ziek zijn dan worden ze afgezet tot ongeveer 1 meter boven het maaiveld. Binnen een zone van 250 meter rond betrokken percelen wordt een meidoorn die voor een tweede keer besmet raakt wel gerooid. Er worden dan wel nieuwe meidoorns herplant maar dan buiten de 250 meter zone. Als er binnen een straal van 250 tot 500 meter een meidoorn gerooid wordt dan planten we wel op dezelfde plaats weer terug.
Wat is de iepziekte?
De iepziekte wordt veroorzaakt door een schimmel. De iepenspintkever verspreidt deze schimmel. Als de kevers aan de twijgen van de iepen knagen, brengen ze de schimmel over op de iepen. De iep probeert zich tegen de schimmel te beschermen door de sapstroom naar zijn eigen bladeren te blokkeren. Vervolgens verdroogt de boom en gaat hij dood. Zieke bomen bieden bovendien ideale omstandigheden voor de kever om zich voort te planten. Een kever telt meer dan honderd nakomelingen per nest en er kunnen zich meerdere generaties per jaar ontwikkelen. Op plaatsen waar veel iepen staan, grijpt de ziekte vaak om zich heen als er eenmaal één boom besmet is. De schimmel verspreidt zich ook ondergronds via wortels die met elkaar verbonden zijn. De verspreiding van de ziekte kan enorm snel verlopen.
Hoe kun je zien of een iep ziek is?
De symptomen zijn vooral tijdens warme zomerdagen te herkennen aan herfstachtige verschijnselen. De bladeren worden geel of bruin en vallen kort daarna van de takken af. Binnen zeer korte tijd zit er geen blad meer aan de boom en is de boom dood. In de zomerperiode inventariseren we de zieke iepen en voorzien we de bomen van een merkteken. Hierna worden ze gerooid om verspreiding van de iepziekte te voorkomen.
Waarom is het bestrijden van de iepziekte noodzakelijk?
Zieke iepen moeten zo snel mogelijk aangepakt worden, om verdere verspreiding van de ziekte te voorkomen. Het aanpakken van de iepziekte is dan ook van groot belang. Dode iepen kunnen tijdens stormachtig weer gevaar opleveren voor weggebruikers. Ze kunnen gemakkelijk omwaaien en op de weg of een weggebruiker terechtkomen.
Waarom beschermt het waterschap iepen niet tegen iepziekte?
Het waterschap heeft er voor gekozen om alleen waardevolle, beeldbepalende iepen preventief te beschermen tegen de iepziekte door die bomen jaarlijks een injectie met een biologisch middel te geven. In de rest van het werkgebied van waterschap Scheldestromen worden iepen niet geïnjecteerd. Dit zou enorm veel tijd en geld kosten. De bomen moeten namelijk ieder jaar opnieuw een injectie krijgen. Een injectie voor een flinke boom kost al gauw twintig euro. Er worden wel proeven gedaan met andere soorten (resistente) iepen, zoals de van nature in Nederland voorkomende fladderiep en met enkele in Amerika ontwikkelde nieuwe soorten.
Waar kan ik terecht met mijn vragen of klachten over groenbeheer?
Met een klacht, een vraag of een melding kunt u altijd terecht bij het waterschap. U kunt bellen met 088-2461000 of mailen naar info@scheldestromen.nl.