
In het najaar valt vaak veel regen en dan zijn sloten de belangrijkste middelen om het overtollige water af te voeren. Een voorwaarde is wel, dat de sloten breed en diep genoeg moeten zijn om al het water op te kunnen vangen. Te veel riet en andere planten belemmeren de doorstroming van het water, waardoor eerder wateroverlast kan ontstaan. Daarom maait het waterschap van half augustus tot december veel sloten en watergangen.
Hoge taluds en grotere waterlopen worden niet elke keer en overal gemaaid. Het doorstroomprofiel voor het water wordt wel altijd schoongemaakt omdat geen stremming in de waterafvoer naar de gemalen mag optreden. Voor de doorstroming en het milieu is het beter dat er geen maaisel in de sloot achterblijft. Daarom zijn de klepelmaaiers uitgerust met een afvoertransportbandje waarmee het maaisel op de akkerrand en/of op de wegberm wordt gelegd. Lees meer informatie op de pagina maaien.
De oevers van sloten moeten stevig zijn. Daarom is het nodig om de oevers te beschoeien: kunstmatig verstevigen met doek en paaltjes. De beschoeiing voorkomt dat stukken grond in de sloten storten waardoor ze weer vol raken en onvoldoende water kunnen opvangen.
Door het plaatsen van palen met daarachter weefsel gespannen, wordt voorkomen dat grond van de oevers in het water terechtkomt, de oevers inzakken en de watergang ondieper wordt. Zonder beschoeiing kan het overtollig regenwater uit stad en land in het gedrang komen en wateroverlast veroorzaken. Alleen de waterlopen die rechtstreeks het polderwater afvoeren (primaire waterlopen) naar de gemalen, zijn beschoeid. De bestaande beschoeiingen gaan ongeveer twintig jaar mee; wel wordt jaarlijks onderhoud gepleegd om te voorkomen dat de oever boven de beschoeiing wegspoelt.
Meer waterberging creëren en tegelijkertijd de natuur een handje helpen, dat zijn twee vliegen in één klap. Daarom legt het waterschap natuurvriendelijke oevers aan. Deze oevers zijn minder stijl dan gebruikelijk, zodat er een natuurlijke, flauwe overgang is tussen land en water. Een andere belangrijke reden om natuurvriendelijke oevers aan te leggen is dat deze oevers zorgen voor een natuurlijke verbinding tussen natuurgebieden, waardoor de dieren zich gemakkelijk van het ene naar het andere gebied kunnen verplaatsen. Watervogels en kleine waterdieren kunnen zich dan ook beter nestelen en gemakkelijker op de kant klimmen. Ook planten groeien beter op zo'n oever.
Daarnaast zorgt een dergelijke oever voor minder verontreiniging, omdat meststoffen en stoffen die boeren gebruiken om hun gewassen te bespuiten niet snel het water in kunnen stromen.
Het aanleggen van nvo’s maakt deel uit van de Waterschaps Ecologische Infrastructuur (WEI). De belangrijkste doelstelling is dat met de verbreding van de watergang we de aanwezigheid van waterbeestjes bevorderen en verbindingszones tussen de natuurgebieden creëren.
Eens in de acht jaar komen alle waterlopen in het buitengebied aan de beurt om gebaggerd te worden. Zo voorkomen we dat waterlopen dichtslibben. Ook de buizen (in dammen) worden dan doorgespoten, De sloten vormen samen een dicht netwerk van waterlopen; wanneer er één verstopt zit, kan dat nadelige gevolgen hebben voor het gehele gebied.