
Afkoppelen is het doelbewust scheiden van schoon hemelwater en vervuild rioolwater. Regenwater komt via daken en straten normaal gesproken in het riool terecht. Rioolwater gaat naar een zuiveringsinstallatie waar het wordt schoongemaakt en vervolgens terug de natuur in gaat. Voor veel regenwater dat in het riool terechtkomt, is die zuivering helemaal niet nodig; het zou direct naar een sloot of water geleid kunnen worden. Er zijn verschillende manier om regenwater af te koppelen van het riool.
Vooral in nieuwbouwwijken wordt al volop geïnvesteerd in een scheiding van regen- en afvalwater. Op basis van de gemiddelde vervangingsleeftijd van de riolering wordt ingeschat dat in 2050 vijftig procent van de huizen en bedrijven een gescheiden rioolstelsel hebben.
Het afkoppelen heeft belangrijke voordelen voor de kwaliteit van het oppervlaktewater en zorgt voor een hoger zuiveringsrendement op de rioolwaterzuiveringen. En ook het overstorten van afvalwater op oppervlaktewater tijdens hevige neerslag moet tot het verleden behoren als er meer afgekoppeld wordt. Dit is een langetermijn-doelstelling, omdat niet alle rioleringen op hetzelfde momenten aan vervanging toe zijn.
In nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen wordt regenwater meestal afgekoppeld. De nieuwbouwwijk Ouverture in Goes is hier een voorbeeld van. Daar stroomt het regenwater via open goten aan de rand van de straat naar het schoonwaterriool. Ook in bestaand stedelijk gebied wordt dit vaak zo aangelegd, als het rioleringssysteem toch vervangen moet worden. Het tijdpad en tempo waarin wordt afgekoppeld, wordt tussen gemeenten en waterschap afgestemd.
Er zijn twee technieken om af te koppelen. Filtratie door zand en bodem enerzijds en voorzieningen voor verwijdering van verontreinigingen door opdrijven en bezinking anderzijds.
Onder de eerste techniek vallen onder andere:
Onder de tweede techniek vallen onder andere:
Het lijkt een gewoon grasveld maar zodra het (veel) regent bewijst het zijn nut. Een wadi is een met gras begroeide greppel zodat hemelwater van daken en wegen in de bodem kan zakken en zo kan worden afgevoerd.
Omdat het water vanaf het oppervlak infiltreert in de bodem moet het water van daken en percelen oppervlakkig afstromen naar de wadi. Dit gebeurt via gootjes naast het looppad, omdat door het afstromende water het oppervlak glad kan worden door algen en ijzel.
Bij doorlatende verharding loopt (sijpelt) het hemelwater door de verharding heen of via de extra waterdoorlatende voegen naar de waterbergende laag eronder. Voor deze infiltratiemethode zijn meer soorten verharding te gebruiken, waaronder: